Let op: alleen van toepassing bij een meerjarige contractrelatie.
Het Circulair Product Paspoort omvat in ieder geval de onderstaande elementen:
A. Grondstoffen
A1. Grondstoffensamenstelling
A1.1 Een lijst met alle grondstoffen in gram verwerkt in het product.
A1.2 Een lijst met alle gerecyclede grondstoffen in gram verwerkt in het product en in % van het totale gewicht.
A1.3 Een lijst met alle kritieke grondstoffen in gram verwerkt in het product. Met kritieke grondstoffen wordt bedoeld: De 26 kritieke grondstoffen genoemd in de lijst van de Europese commissie: Study on the review of the list of Critical Raw Materials, European Commission, blz 11.
A1.4 Een lijst met alle Zeer Zorgwekkende stoffen (ZZS) in gram verwerkt in het product. Het aantal tot nu toe geïdentificeerde ZZS is 1576. Deze zijn verzameld op de ZZS-lijst van de RIVM website Risico’s van Stoffen. Deze lijst wordt tweemaal per jaar bijgewerkt.
A2. Terugwinning van grondstoffen bij recycling
A2.1 Een lijst met alle teruggewonnen grondstoffen in gram en als percentage (%) ten opzichte van de oorspronkelijke hoeveelheid gram die verwerkt was in het product.
A2.2 Een lijst met alle teruggewonnen kritieke grondstoffen in gram en als percentage (%) ten opzichte van de oorspronkelijke hoeveelheid gram die verwerkt was in het product.
A3. Hulpgrondstoffensamenstelling
A3.1 Een lijst met benodigde hulpgrondstoffen in gram gedurende de gehele levenscyclus. Hulpgrondstoffen (hulpbronnen) zijn grondstoffen die benodigd zijn om het product te produceren, maar dit zijn niet de grondstoffen die in het product zelf verwerkt zijn.
Hulpgrondstoffen zijn onder andere: machines, gebouwen, voertuigen, ondersteunend materieel, fossiele brandstoffen, water, zand, residu’s van smelterijen en raffinaderijen, complexe mijnconcentraten en residu’s, productieafval
B. Milieu impact
B1. Levens Cyclus Analyse (LCA) conform MVI criterium ‘Levenscyclusanalyse (LCA) is verplicht’. De LCA-resultaten omvatten ten minste de klimaatimpact, ofwel carbon footprint, uitgedrukt in CO2-equivalenten, berekend volgens de richtlijnen van het Greenhouse Gas Protocol: 'Product Life Cycle Accounting and Reporting Standard' of soortgelijke richtlijnen die de scope duidelijk afbakenen.
B2. De impact van de levenscyclus van een product op de biodiversiteit. Biodiversiteit is een term die we gebruiken om de rijkdom van de natuur aan te duiden. Het gaat om de grote verscheidenheid aan dieren, planten, schimmels en habitats en ecosystemen.
Twee methodieken om de impact van bedrijven of hun producten en diensten op biodiversiteit te bepalen zijn GLOBIO en ReCiPe. Voor meer informatie verwijzen wij u tevens naar het onderzoek in opdracht van Platform Biodiversiteit, Ecosystemen en Economie.
C. Waardebehoud
C1. Levensduur
C1.1 De werkelijke levensduur in jaren inclusief (eventueel) hergebruik. De levensduur is de totale gebruiksfase van het product in jaren.
C1.2 Productgarantie in jaren (mogelijk wettelijk vastgesteld).
C1.3 Aantal jaren aangeboden volledige product support zoals (preventief) onderhoud, reparatie, beschikbaarheid van reserve-onderdelen.
C1.4 Aantal jaren aangeboden software support (updates en upgrades).
C2. Toepassing van hergebruik onderdelen
C2.1 Een toelichting m.b.t. in hoeverre er onderdelen van het product kunnen worden hergebruikt en/of worden hergebruikt op het moment dat het gehele product niet meer bruikbaar is. Bijvoorbeeld % hergebruik van onderdelen, lijst met hergebruikte onderdelen, toepassing van hergebruik van onderdelen.
C3. Toepassing van gerecyclede grondstoffen
C3.1 Een toelichting m.b.t. voor welke toepassing de teruggewonnen grondstoffen d.m.v. recycling gebruikt zijn. In hoeverre zijn de gerecyclede grondstoffen gebruikt voor een hoogwaardiger, zelfde of laagwaardiger toepassing.
C4. Toepassing van alternatieve grondstoffen
C4.1 Een toelichting aangaande het toepassen van alternatieve (hulp-)grondstoffen ter vervanging van gebruikte kritieke en schaarse grondstoffen.
Sociale impact
Een hoger % social return wordt gewaardeerd
Meer informatie Minder informatie
Inschrijver draagt een percentage van [in te vullen: loonsom, aanneemsom of het aantal in te zetten uren] bij aan social return. Een bijdrage van meer dan 5% wordt hoger gewaardeerd bij de beoordeling van de inschrijving. In een plan van aanpak licht Inschrijver toe hoe hij invulling geeft aan dit gunningscriterium.
Plan van Aanpak
Hoe hoger het percentage [in te vullen: loonsom, aanneemsom of het aantal in te zetten uren] hoe hoger de score (mits goed onderbouwd). Social return boven de 5% wordt hoger gewaardeerd.
Social return: is bedoeld om werkgelegenheid te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Onder social return vallen de volgende doelgroepen:
1. Wet Werk en Bijstand (WWB) gerechtigden, die langer werkloos zijn dan 12 maanden, 50 jaar of ouder zijn en/of die zonder re-integratieondersteuning of andere begeleiding niet zelfstandig aan werk kunnen komen.
2. Werkloosheidswet (WW) gerechtigden, die langer werkloos zijn dan 12 maanden, en/of 50 jaar of ouder zijn.
3. Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) gerechtigden.
4. Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) gerechtigden.
5. Wet Arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (WAZ) gerechtigden.
6. Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten (WAJONG) gerechtigden.
7. Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze werknemers (IOAW) gerechtigden.
8. De Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) gerechtigden.
9. Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) geïndiceerden
10. Leer/werkplekken voor niet uitkeringsgerechtigde werkzoekenden (nuggers).
11. Leer/werkplekken voor vroegtijdig schoolverlaters en jongeren met onvoldoende kwalificaties.
12. Leer/werkplekken in het kader van BOL/BBL opleidingen, VSO en/of praktijkscholen.
(Doelgroepen kunnen per aanbesteding variëren).
In het plan van aanpak beschrijft Inschrijver:
- In hoeverre hij de uitvoerbaarheid van de social return binnen de opdracht kan garanderen.
- Op welke locatie de social return wordt uitgevoerd (deze hoeft niet de locatie van de inschrijver te zijn, maar moet wel in relatie staan tot de opdracht).
- Hoe hij voorkomt dat bestaande medewerkers worden verdrongen door medewerkers uit de social return doelgroep.
Verder onderbouwt Inschrijver in het plan van aanpak de volgende aspecten:
- Totaal aantal in te zetten social return medewerkers
- De periode waarin de medewerkers worden ingezet
- Indicatie van medewerkers (bijvoorbeeld WWB, WIA, WSW)
- Gebruikte wervingskanaal (bijvoorbeeld gemeente of UWV)
- In het contract vastgelegde waarde van de [in te vullen: loonsom, aanneemsom of het aantal in te zetten uren].
Verbeteren arbeidsomstandigheden, mensenrechten en leefbaar loon (ISV)
Meer informatie Minder informatie
Inschrijver committeert zich contractueel aan de Internationale Sociale Voorwaarden (ISV). Deze voorwaarden zijn opgesteld om misstanden in de inkoopketen te voorkomen, zoals kinderarbeid, hongerlonen en onmenselijke arbeidsomstandigheden.
Geen, alleen ‘ja’ als antwoord.
Let op!
- Alleen van toepassing bij een meerjarig contract
- Alleen van toepassing op productgroepen met een hoog risico op misstanden: ICT, textiel, koffie etc. Controleer de risico’s via: link MVO risicochecker
Met de Internationale Sociale Voorwaarden (ISV) wil de Rijksoverheid misstanden op het gebied van arbeidsomstandigheden, mensenrechten en milieu in de toeleveringsketen tegengaan. Dit doen de ISV met due diligence: bedrijf brengt in kaart welke bedrijfsactiviteiten negatieve gevolgen hebben voor mens en milieu. Vervolgens wordt besproken hoe deze negatieve gevolgen kunnen worden voorkomen. Meer informatie: zie linkje PIANOo