“Samenwerking is de enige manier om de beschikbaarheid van medische hulpmiddelen te borgen”
Inhoudsopgave
Selecteer een item
Drie jaar Landelijk Meldpunt Tekorten Medische Hulpmiddelen: een interview met Jan Jaap Baalbergen, destijds adviseur medische technologie bij het LUMC en programma manager bij UMCNL (voorheen NFU) en nauw betrokken bij de oprichting van het meldpunt.
Een operatie die niet door kan gaan omdat een essentieel medisch hulpmiddel ontbreekt. Een zorgprofessional die op het laatste moment moet uitwijken naar een onbekend alternatief. Of een inkoopafdeling van een ziekenhuis dat dezelfde zoektocht naar een vervangend product opnieuw moet starten net zoals als tientallen andere zorginstellingen. Het zijn situaties die niemand wil, maar die de afgelopen jaren steeds vaker voorkwamen.
Waar in de beginperiode van de covid-19 pandemie vooral persoonlijke beschermingsmiddelen schaars waren, is inmiddels duidelijk geworden dat tekorten aan medische hulpmiddelen een veel bredere en structurelere uitdaging vormen. Internationale spanningen, kwetsbare toeleveringsketens, strengere Europese regelgeving en een toenemende afhankelijkheid van een beperkt aantal producenten maken de beschikbaarheid van medische hulpmiddelen minder vanzelfsprekend dan jarenlang werd aangenomen.
Juist daarom werd drie jaar geleden het Landelijk Meldpunt Tekorten Medische Hulpmiddelen opgericht. Wat begon als een initiatief om meer grip te krijgen op acute tekorten, is uitgegroeid tot een landelijke voorziening die zorginstellingen, leveranciers, beroepsverenigingen en overheid met elkaar verbindt. Niet om producten centraal in te kopen of te verdelen, maar om inzicht te creëren, kennis te delen en samen oplossingen te vinden.
Jan Jaap Baalbergen, destijds adviseur medische technologie bij het LUMC en programma manager bij UMCNL (voorheen NFU) was vanaf het begin nauw betrokken bij deze ontwikkeling. In een terugblik vertelt hij hoe de coronapandemie het startpunt vormde voor een nieuwe manier van samenwerken en waarom het landelijk meldpunt tekorten medische hulpmiddelen volgens hem onmisbaar is.
De wake-upcall van de coronapandemie
Jarenlang gingen ziekenhuizen ervan uit dat medische hulpmiddelen vrijwel altijd leverbaar waren. Wanneer een leverancier tijdelijk niet kon leveren, was er meestal snel een alternatief beschikbaar. Die vanzelfsprekendheid verdween abrupt tijdens de covid-19 pandemie.
Binnen enkele weken ontstonden grote tekorten aan uiteenlopende producten. Niet alleen mondmaskers en handschoenen werden schaars, maar ook veel andere medische hulpmiddelen kwamen onder druk te staan. Zorginstellingen waren vaak op zichzelf aangewezen en zochten ieder via hun eigen netwerk naar oplossingen.
"De coronapandemie liet zien hoe kwetsbaar de internationale ketens eigenlijk waren. We ontdekten dat we nauwelijks overzicht hadden over waar tekorten ontstonden en wat daarvan de gevolgen waren."
Volgens Baalbergen werd toen duidelijk dat het probleem groter was dan een tijdelijke crisis. Er ontbrak een landelijke voorziening waarin informatie samenkwam en waar partijen gezamenlijk konden handelen.
Niet alleen de Covid-19 pandemie veranderde de markt
Na de pandemie verdwenen de leveringsproblemen niet. Integendeel. De nieuwe Europese wetgeving voor medische hulpmiddelen, (MDR en IVDR), stelt hogere eisen aan fabrikanten. Sommige producten verdwenen daardoor van de Europese markt of kwamen later beschikbaar door langere goedkeuringstrajecten. Tegelijkertijd namen geopolitieke spanningen, stijgende grondstofprijzen en verstoringen in internationaal transport toe.
Ook recente berichtgeving laat zien dat tekorten aan medische hulpmiddelen een blijvend aandachtspunt zijn. Nederlandse ziekenhuizen signaleren dat steeds meer hulpmiddelen tijdelijk of langdurig moeilijk verkrijgbaar zijn. Daarmee groeit ook het risico op uitgestelde behandelingen en extra druk op zorgprofessionals. Voor Baalbergen bevestigt dat de noodzaak van een structurele aanpak.
De Covid-19 pandemie was niet het probleem. De pandemie maakte het probleem zichtbaar.
Van losse signalen naar één landelijk beeld
Eén van de grootste uitdagingen tijdens het ontstaan van de eerste tekorten, was het ontbreken van overzicht. Wanneer meerdere ziekenhuizen met hetzelfde probleem werden geconfronteerd, wist niemand hoeveel instellingen waren getroffen of welke alternatieven er beschikbaar waren. Iedere zorgorganisatie verzamelde informatie voor zichzelf.
"Iedereen was hetzelfde probleem afzonderlijk aan het oplossen. Dat kostte enorm veel tijd en leverde veel onrust op."
Het Landelijk Meldpunt Tekorten Medische Hulpmiddelen bracht daar verandering in. Meldingen uit ziekenhuizen worden centraal verzameld, geanalyseerd en – waar nodig – gedeeld met betrokken partners. Daardoor ontstaat een landelijk beeld van de beschikbaarheid van medische hulpmiddelen. Die informatie maakt het mogelijk sneller alternatieven te vinden, risico’s te beoordelen en partijen tijdig met elkaar in contact te brengen.
Veel meer dan een meldpunt
De naam doet misschien vermoeden dat het meldpunt vooral registraties verzamelt. In de praktijk is de rol veel breder. Het meldpunt brengt zorginstellingen, leveranciers, brancheorganisaties, wetenschappelijke verenigingen, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en andere betrokken organisaties samen zodra zich een ernstig tekort voordoet. Hierdoor ontstaat niet alleen inzicht in de actuele situatie, maar ook ruimte om gezamenlijk oplossingen te ontwikkelen.
“Er wordt niet alleen naar het tekort zelf gekeken, maar vooral naar de gevolgen voor de zorg en welke alternatieven verantwoord kunnen worden ingezet.”
Daarmee vervult het meldpunt een verbindende rol tussen alle partijen die betrokken zijn bij de beschikbaarheid van medische hulpmiddelen.
Patiëntveiligheid staat altijd centraal
Een tekort betekent lang niet altijd dat een behandeling volledig stilvalt. Vaak kan een alternatief hulpmiddel worden ingezet. Toch is dat volgens Baalbergen nooit zonder gevolgen. Een alternatief kan andere eigenschappen hebben, extra scholing vereisen of leiden tot aanpassingen in werkprocessen. In sommige situaties moeten behandelprotocollen worden aangepast of neemt de belasting voor zorgprofessionals toe.
“Een alternatief is niet automatisch gelijkwaardig. Juist daarom moet er zorgvuldig beoordeeld worden welke gevolgen een tekort heeft voor de patiënt en voor de zorgverlening.”
Het vroegtijdig signaleren van tekorten helpt om die risico’s zoveel mogelijk te beperken.
Samenwerking als grootste succes
Wanneer Baalbergen terugkijkt op de afgelopen drie jaar, noemt hij niet het aantal meldingen of ontwikkelde instrumenten als grootste resultaat. Volgens hem is de cultuurverandering minstens zo belangrijk. Waar ziekenhuizen vroeger vooral individueel naar oplossingen zochten, delen zij tegenwoordig steeds vaker informatie met elkaar. Leveranciers zijn eerder betrokken bij dreigende leveringsproblemen en ook landelijke organisaties weten elkaar sneller te vinden.
Niemand kan dit alleen oplossen. Juist doordat we informatie delen, ontstaat overzicht en kunnen we gezamenlijk handelen.
Die samenwerking levert bovendien waardevolle informatie op voor beleidsmakers. Door trends in meldingen te analyseren, ontstaat beter inzicht in structurele risico’s binnen de medische hulpmiddelenketen. De Europese Commissie heeft dit ook onderkend door in het recente Amendement op de wetgeving MDR en IVDR, voorstellen te doen om de risico’s ten aan zien van de beschikbaarheid van medische hulpmiddelen beter te beheersen.
Hardnekkige misverstanden
Ondanks de groeiende bekendheid bestaan er volgens Baalbergen nog altijd misverstanden over het meldpunt. Sommige organisaties denken dat Zorg Inkoop Netwerk Nederland producten centraal wil inkopen of verdelen. Dat is nadrukkelijk niet het doel.Het meldpunt bepaalt niet welk product een ziekenhuis moet gebruiken en neemt ook geen rol over van leveranciers of zorginstellingen. De kracht van het netwerk zit juist in het verbinden van partijen, het delen van kennis en het creëren van een gezamenlijk overzicht.
Voorbereiden op de volgende crisis
Volgens Baalbergen zou het een vergissing zijn te denken dat de grootste uitdagingen inmiddels achter ons liggen. Internationale handelsspanningen, geopolitieke ontwikkelingen, strengere regelgeving en steeds complexere mondiale productieketens zorgen ervoor dat nieuwe tekorten ook in de toekomst zeer waarschijnlijk zijn. Daarom is het belangrijk om de kennis en samenwerking van de afgelopen jaren niet verloren te laten gaan.
We kunnen ons niet veroorloven opnieuw verrast te worden.
Een gezamenlijke verantwoordelijkheid
De toekomst van het meldpunt hangt volgens Baalbergen niet alleen af van techniek of financiering. Uiteindelijk bepalen de deelnemende organisaties zelf het succes. Hoe eerder tekorten worden gemeld, hoe sneller de impact zichtbaar wordt. Hoe meer organisaties kennis delen, hoe beter alternatieven kunnen worden gevonden. En hoe sterker de samenwerking, hoe groter de kans dat de patiënt uiteindelijk geen gevolgen ondervindt van een dreigend tekort.
Samenwerken aan een veerkrachtige zorg
Drie jaar na de oprichting heeft het Landelijk Meldpunt Tekorten Medische Hulpmiddelen bewezen dat landelijke samenwerking werkt. Niet doordat alle tekorten kunnen worden voorkomen, maar doordat zorginstellingen, leveranciers en overheid sneller beschikken over betrouwbare informatie en gezamenlijk kunnen handelen.
In een zorg waarin internationale ontwikkelingen steeds meer invloed hebben op de dagelijkse praktijk, is inzicht in beschikbaarheid geen luxe meer, maar een voorwaarde voor goede zorg.
Over Jan Jaap Baalbergen
Biografie: Jan Jaap Baalbergen was tot eind 2025 senior beleidsadviseur bij het LUMC met als aandachtsgebied medische technologie. Daarnaast was hij programma manager bij UMCNL (voorheen NFU).
Bronnen
- Europese Verordening Medische Hulpmiddelen (MDR) en In-vitrodiagnostica (IVDR).
- Recente berichtgeving over de beschikbaarheid van medische hulpmiddelen in Nederlandse ziekenhuizen.

